“Crossing Borders”

Svante Henryson over zijn Jazz Concerto en de cello voorbij grenzen

Tijdens het Stiftfestival klinkt  het Jazz Concerto van Svante Henryson. De Zweedse cellist, bassist, gitarist en componist vertelt over de inspiratie achter dit werk, zijn pioniersrol als jazzcellist, en waarom de Grote Zaal in Enschede voor hem een uitdaging én een kans is.


Wat voel je als je je eigen muziek met een orkest speelt?

“Het maakt me gelukkig – vooral om de andere musici te zien genieten van mijn muziek. Hun glimlach, de energie die ik van het orkest voel: dat geeft mij enorm veel plezier.”

Hoe is het Jazz Concerto ontstaan?

“Het begon met een opdracht van het Metropole Orkest in Amsterdam, tijdens de Cello Biënnale. Ze gaven me vijftien minuten met orkest en de vrijheid om te spelen wat ik wilde. Ik besloot snel een suite te maken van vijf van mijn oude jazzthema’s. Zo kon ik iets nieuws schrijven dat speciaal aansloot bij het Metropole, een orkest met een ongelooflijk ritmegevoel en een unieke groove. Dat was een geweldige inspiratie.”

Het programma van de avond verbindt jouw concerto met Pärt, Grieg en Clyne. Hoe zie je die dialoog?

“Eerlijk gezegd is er niet veel dat mijn muziek verbindt met Pärt, Grieg of Clyne. Dat maakt het juist spannend: het contrast. Het publiek krijgt iets totaal anders te horen. Of je het mooi vindt of niet is uiteindelijk heel persoonlijk.”

Je beweegt je tussen cello, elektrische bas, contrabas, jazz en klassiek. Hoe beïnvloeden die werelden elkaar?

“Ze voeden elkaar enorm. Ik heb klassieke contrabas en heavy metal bas in mijn cellospel, en veel jazz in mijn klassieke spel. Alles loopt door elkaar heen. Cellisten horen dat meteen. Ik hou ervan om die kruisbestuiving te laten gebeuren.”

Hoe pionier je eigenlijk als jazzcellist met een symfonieorkest?

“De cello werd in jazz vaak pizzicato gebruikt, meer als een contrabas. Ik probeer het hele spectrum te benutten: arco, pizzicato, elektronica, het hele register. Het is pionierswerk. Met een symfonieorkest spelen brengt akoestische uitdagingen: veel galm, drums die anders klinken. Soms voelt dat vreemd voor orkestleden. Maar met Phion hebben we daar een balans in gevonden. Iedereen doet zijn best, en het werkt.”

En de samenwerking met dirigent Xandi van Dijk?

“Hij begrijpt het totaal. In jazz zet de drummer het tempo, dat is niet zo flexibel als in klassiek. Dat kan voor een dirigent vreemd zijn. Maar Xandi voelt dat feilloos aan en brengt het samen met Phion. Hij doet fantastisch werk.”

Wat betekent de zaal in Enschede voor jou?

“Het is een geweldige zaal voor akoestische muziek, maar voor jazz met drums is het uitdagend. Toch hoop ik dat mijn muziek daar volledig tot zijn recht komt. Het stuk moet zijn energie behouden, zelfs in die galm.”

Je noemt jezelf een grensganger. Wat bedoel je daarmee?

“Ik heb altijd met één been in meerdere werelden gestaan: begonnen als rockbassist, daarna jazzbassist, contrabassist in een symfonieorkest, metalbassist en uiteindelijk cellist. Alles wat ik eerder deed, vloeit samen in mijn cellospel. Het is een spannende reis. Ik probeer de cello te laten klinken zoals ik het zelf voor me zie – en ik ben nog steeds onderweg.”

Het thema van dit jaar is Noorderlicht. Hoe verhoudt dat zich tot jou?

“Ik kom uit Noord-Zweden, waar de noordelijke lichten deel uitmaken van elke winter. Ik heb muziek geschreven met Sami-artiesten, en sommige mensen horen een Scandinavisch geluid in mijn werk. Misschien is dat zo, misschien zit ik er te dicht op om het zelf te horen. Maar het Noorderlicht zelf… dat moet je meemaken. Het is adembenemend en stil, iets dat geen vuurwerk ooit kan evenaren.”

Wat hoop je dat het publiek meeneemt uit je concerto?

“Dat ze de cello op een nieuwe manier horen. Mensen zeggen vaak: ‘Ik wist niet dat een cello zo kon klinken.’ Dit stuk laat een jazzkant van mij zien. Andere werken op het festival laten misschien andere facetten horen. Maar dit concerto is wie ik ben – als componist, cellist, en grensganger.”